Theosofie - Noordwest

 

Theosofie, de oude wijsheid-religie

                                                                                                           

Mededogen is geen eigenschap, Het is de WET der WETTEN, eeuwige harmonie, ālaya’s ZELF,

 een oeverloze universele essentie. H.P.Blavatsky in Stem van de Stilte blz. 67

 

De Hiërarchie van Mededogen.

 

Elk volk heeft ňf de zeven en tien rishi-manu’s en prajapati’s; de zeven en tien Ki-y; ňf tien en zeven Amshaspends1 (exoterisch zes), tien en zeven Chaldeeuwse Annedoti, tien en zeven sephiroth, enz. Ze zijn allen afgeleid van de oorspronkelijke Dhyan-Chohans van de esoterische leer, of de ‘bouwers’ uit de stanza’s (Deel I). Van Manu, Thot-Hermes, Oannes-Dagon en Edris-Henoch tot Plato en Panadorus, allen spreken over de zeven goddelijke dynastieën, over zeven Lemurische en zeven Atlantische afdelingen van de aarde; over de zeven oorspronkelijke en tweevoudige goden die uit hun hemelse verblijfplaats afdalen, op aarde regeren en de mensheid sterrenkunde, bouwkunst en alle andere wetenschappen leren die tot ons zijn gekomen.

 

Deze wezens verschijnen eerst als ‘goden’ en scheppers; dan gaan zij op in de wordende mens, om tenslotte als ‘goddelijke koningen en heersers’ tevoorschijn te komen. Maar dit feit is geleidelijk vergeten. Zoals Basnage meedeelt, gaven de Egyptenaren zelf toe dat wetenschap in hun land pas sinds de tijd van Isis-Osiris bloeide, die zij als goden blijven vereren, ‘hoewel zij vorsten in menselijke vorm waren geworden’. En hij voegt er over Osiris-Isis (de goddelijke androgyn) aan toe: ‘Men zegt dat deze vorst (Isis-Osiris) in Egypte steden heeft gebouwd, aan de overstromingen van de Nijl een einde maakte, en de landbouw, het gebruik van de wijnstok, de muziek, de sterrenkunde en de meetkunde uitvond.

 

Voetnoot 1. Er zijn zes Amshaspends– als Ormazd, het hoofd en logos, niet wordt meegerekend. Maar in de Geheime Leer is hij de zevende en hoogste, evenals Path de zevende kabir onder kabiren is.

 

Voetnoot 2 In de Purāna wordt deze vereenzelvigd met Vishnu ’s of Brahma Sveta-dwipa van de berg Meru

 

De Geheime Leer 2: 412 - 413   ©1988 TUPA -  Den Haag.

 

* * * * * * *

De Stille Wachter.

Hij is de ‘Inwijder’ en wordt het ‘grote offer’ genoemd. Want, zittend op de drempel van het licht, kijkt hij vanuit de kring van duisternis, die hij niet zal overschrijden, in dat licht en hij zal zijn post ook niet verlaten vóór de laatste dag van deze levenscyclus. Waarom blijft de eenzame wachter op zijn zelfgekozen post? Waarom zit hij aan de bron van de oorspronkelijke wijsheid waaruit hij niet langer drinkt, omdat hij niets heeft te leren wat hij nog niet weet – inderdaad, noch op deze aarde, noch in haar hemel?

Omdat de eenzame pijnlijk voortstrompelende pelgrims op hun weg terug naar huis tot het laatste ogenblik er nooit zeker van zijn dat ze niet zullen verdwalen in deze onmetelijke woestijn van illusie en materie die men het aardse leven noemt. Omdat hij graag aan iedere gevangene die erin is geslaagd zich te bevrijden van de boeien van vlees en illusie, de weg zou wijzen naar dat gebied van vrijheid en licht, waaruit hij zich vrijwillig heeft verbannen. Kortom, omdat hij zich heeft opgeofferd ter wille van de mensheid, al kunnen slechts enkele uitverkorenen van het grote offer profiteren.

Onder de rechtstreekse, stille leiding van deze maha – (grote) – goeroe werden alle andere minder goddelijke leraren en instructeurs van de mens vanaf het eerste ontwaken van het menselijke bewustzijn de gidsen van de vroege mensheid. Van deze ‘zonen van god’ kreeg de jeugdige mensheid haar eerste kennis van alle kunsten en wetenschappen, alsmede van spiritueel weten; en zij legden de eerste steen van die oude beschavingen die onze huidige generatie van onderzoekers en geleerden zo verbijsteren.   – De Geheime Leer, 1:235-7  TUPA Den Haag.

 Geciteerd in de Bron van het Occultisme blz. 520.

* * * * * * *

Ontelbare generaties lang heeft de adept een tempel gebouwd van onvergankelijke stenen, een reuzentoren van ONEINDIG DENKEN, waarin de titan woonde en, als dat nodig is, alleen zal blijven wonen, om er slechts uit tevoorschijn te treden aan het eind van iedere cyclus om de uitverkorenen

van de mensheid te vragen met hem samen te werken en op hun beurt te helpen de bijgelovige mens te onderrichten. En wij zullen dat periodieke werk van ons voortzetten; we zullen ons van onze filantropische pogingen niet laten afbrengen, tot op die dag dat de grondslagen voor een nieuw

continent van denken zo stevig zijn gelegd dat geen enkele tegenstand en domme kwaadwilligheid, geleid door de broeders van de schaduw, de zege zal kunnen behalen.

 

Maar tot die dag van de eindoverwinning zal er iemand moeten worden geofferd – al aanvaarden we alleen vrijwillige slachtoffers. De ondankbare taak heeft haar [H.P.B.] neergehaald en eenzaam in het puin van ellende, wanbegrip en afzondering achtergelaten: zij zal echter haar beloning in de

toekomst ontvangen, want wij waren nooit ondankbaar. Wat de adept betreft – niet een van mijn soort, goede vriend, maar veel hoger – zou u uw boek hebben kunnen besluiten met die regels uit Tennysons ‘Wakeful Dreamer’ –  u kende hem niet –

 

‘Hoe zou u hem kennen? U was nog in Een enger cirkel; hij had welhaast bereikt

De laatste, die, in een sfeer van witte vlam, Puur, zonder hitte, in een ruimer lucht

Opbrandend, en een ether van zwart blauw, Alle andere levens omsluit en omvat. . . .’

· De Mahatma Brieven, blz. 57-8

 

                 De Beginselen van de Esoterische Filosofie. blz 207. TUPA. Den Haag.

 

* * * * * * *

 

          Terug menu.   Terug sectiebegin

 

* * * * * * *

Universele broederschap is de kern van de Theosofische lering.  I  Dhanus 4243