Theosofie - Noordwest

 

Theosofie, de oude wijsheid-religie

                                                                                                                  

Mededogen is geen eigenschap, Het is de WET der WETTEN, eeuwige harmonie, ālaya’s ZELF,

 een oeverloze universele essentie. H.P.Blavatsky in Stem van de Stilte blz. 67

 

 

Sūnyatā en Pleroma.

(de leegte en de volheid van de Ruimte.)

 

Van alle werkelijk wonderlijke leringen van de oude wijsheid, ook de esoterische filosofie of theosofie genoemd, is waarschijnlijk geen enkele zo vol suggestieve gedachten als de leer over de Ruimte. In een van haar aspecten wordt ze Sūnyatā genoemd, een zeer betekenisvol woord dat men in de meer mystieke leringen van Gautama de Boeddha kan vinden en dat de betekenis heeft van leegheid of de leegte; en in een ander opzicht is ze Pleroma, een Grieks woord dat veelvuldig door de gnostici werd gebruikt en dat volheid betekent.

 

We zijn ons bewust dat het heelal, waar we ook kijken, een onmetelijke volheid is. Wanneer we deze gedachte beschouwen in samenhang met onze kennis van de structuur van de stof, samengesteld als ze is uit moleculen en atomen en deze op hun beurt weer uit elektronen en protonen en andere deeltjes, dan beseffen we dat wat ons lege ruimte toeschijnt in werkelijkheid gebieden van kosmische ether moeten zijn die door hun etherische karakter niet aan proeven kunnen worden onderworpen door ons gezichtsvermogen, ons tastvermogen, of door onze meest verfijnde instrumenten.

 

Toch bevinden al deze uitgestrekte gebieden van stralende bollen zich op het lage kosmische gebied

dat we kennen als het fysieke of stoffelijke heelal. We beseffen verder dat het fysieke gebied slechts het uiterlijke kleed is dat onvoorstelbaar uitgestrekte innerlijke of onzichtbare werelden verbergt, die zich van het fysieke naar boven uitstrekken tot de steeds terugwijkende vergezichten van kosmische geest, welke laatste we, omdat hij voor ons vormloos is, de spirituele leegte – Sūnyatā – noemen.

 

Niet alleen Sūnyatā maar ook Pleroma verwijst naar de hoogste en meest universele gebieden van de grenzeloze oneindigheid. Het hangt er helemaal van af vanuit welk gezichtspunt we de zaak bekijken. De leer over de leegte is in fundamentele zin dan ook identiek met de leer over de volheid.

 

Er is echter een onderscheid in die zin dat de leer over de leegte de meest spirituele van de twee is, omdat ze hoofdzakelijk handelt over de hoogste element-beginselen van de kosmos*, over het binnenste en een nog dieper binnenste van de ruimten van de Ruimte; terwijl de leer over de volheid over de kosmossen of werelden handelt zoals ze zich hebben gemanifesteerd.

 

We kunnen gemakkelijker de volheid van de dingen begrijpen dan de diep mystieke gedachte dat uit de onbegrensde leegte alle ontelbare manifestaties van kosmisch zijn tot leven komen; en dat ze, als hun levenscyclus is afgelopen, weer in diezelfde leegte verdwijnen.

 

Met andere woorden, de leegte slaat op de goddelijk-spirituele kant van het zijn; terwijl de volheid, het Pleroma, betrekking heeft op de prakriti- of stofkant, de kant van de manifestatie, die als een droom verdwijnt wanneer het grote manvantara of het tijdperk van wereldactiviteit voorbij is.

 

Nog een belangrijk punt is dat ieder gemanifesteerd wezen of ding, juist door zijn tijdelijke bestaan als verschijnsel, niet eeuwig is. Het is daarom māyā of illusie; en daarom zou het dwaas zijn in zulke verschijnselen naar het kosmisch werkelijke te zoeken.

 

Samengesteld uit “de Bron van het Occultisme”, blz. 73 -75 ©1990 Theosophical University Press Agency. Den Haag.

 

 

Sūnyatā , het ontbreken van een zelf- essentie in entiteiten, voorwerpen, constructies  en concepten

 

De mentale en fysieke geest onderscheid entiteiten, vormen, constructies en concepten als een realiteit . Mother of the Buddhas. blz.68.

 

De ondenkbare diepe realisatie van de Bodhisattva is het verblijven zonder een verblijfplaats te hebben om te verblijven, waar geen objectieve of subjectieve constructies zijn, zonder een enkele metafysisch of fysische ondersteuning. Deze spontane en fundatie loos verblijf in isolatie van elke abstracte wereldvisie is met een oneindig grotere waarde dan welk religieus onderwijs of contemplatieve ervaringen.

 

De creatieve paradox die inherent is aan het onderwijs van Sūnyatā is van de Māhayanā traditie. Simultaan behoort het tegelijkertijd tot de visie van de waarheid - de relatieve en de absolute die elkaar informeren. De Hart Sutra en de Diamond Sutra zijn de uitdrukkingen van deze paradox. De Zen-traditie erfde de mantel van deze leringen en bracht dit met de kern in nieuwe aangepaste vorm weer naar buiten.

 

De relatieve waarheid van het bestaan is dat het een uitgestrektheid is van lijdende wezens, een conditie die de motivatie is voor het Mahayana om te komen tot het universeel bewuste ontwaken voor elk wezen. De relatieve waarheid van het lijden mag nooit worden verzwolgen door de absolute waarheid dat de werkelijkheid inherent is aan een uitgestrektheid, een oneindige, lege ruimte, intrinsiek vreedzaam en zaligheid. Relatieve waarheid en absolute waarheid moeten in subtiele of zelfs in perfecte eenheid blijven.

De Diamant Sutra, © 2000 Mu Soeng. blz . 84. Wisdom Publications. Somerville MA. USA.

 

* * * * * * *

Nogmaals, Subhuti, als een zoon of dochter van goede familie de zeven kostbare schatten in alle drieduizend chiliocosms * zou verzamelen om deze weg te geven als een geschenk aan de Tathāgata, de arhats, en de volledig verlichte mensen, of als iemand maar een strofe uit deze Vajrachedika Prajna pāramitā zou nemen, in gedachten houden, onderwijzen, bestuderen en reciteren, en het tot in detail toe zou lichten aan anderen, dan zou zijn of haar verdiensten onmetelijke en onberekenbaar meer zijn dan die van de eerder genoemde. En in welke geest zou hij of zij het aan anderen beschrijven en toelichten? Zonder gebonden te zijn in de verschijningen van de dingen op zich, maar de ware aard begrijpen van de dingen zoals ze zijn. Waarom?

 

Want: alles in de vluchtige wereld zou je moeten bezien als: een ster bij de dagenraad, een luchtbubbel in de waterstroom, een bliksemflits in een zomer wolk,  een flikkerend lamp, een fantoom, en een droom.

 

Toen de Boeddha gereed was met spreken, de eerbiedwaardige Subhuti, de monniken en nonnen, de vrome leken mannen en vrouwen, de Bodhisattva’s, en de hele wereld met zijn goden, ashuras en Gandharva vervuld van vreugde door de lering, en diep in het hart opgenomen, gingen zij hun eigen weg.

 

Hoewel deze Sutra niet zo bekend is als de Hart Sutra mantra (Gate gate paragate parasam gate bodhi Svaha – O wijsheid! Gegaan, gegaan, gegaan naar de andere oever, aangekomen op de andere oever, heil!), omvat deze sutra het noodzakelijke wat ze probeert over te brengen: de wereld van de verschijnselen is vluchtig, vergankelijk, van voorbijgaande aard, en het ontbreken van zelf- essentie.

 

De ontroering van de opgeroepen beelden in dit vers loopt parallel met de kwetsbaarheid en de vergankelijkheid van ons eigen menselijk bestaan: een ster in de vroege dagenraad gezien om alleen te zien verdwijnen; een luchtbel in een waterstroom, een bliksemflits voor een moment gevormd en direct weer in oogwenk verdwenen, een zomerwolk schijnbaar substantieel maar steeds veranderend van vorm, een flikkerende lamp gedoemd tot rusteloosheid, niet in staat om genoeg te stabiliseren om een zinvolle identiteit hebben, een fantoom van een dergelijke chaotische innerlijkheid dat kan men niet zeker kan zijn van zijn vorm, een droom van een dergelijke dubieuze bestaan dat men niet kan onderscheiden wat echt is en wat niet.

De Diamant Sutra, blz. 135 - 136. Mu Soeng.© 2000 . Wisdom Publications. Somerville MA. USA.

 

*

Chiliocosms. Grieks: duizend kosmossen.  Buddhist Glossary: ontelbaar kosmossen.

        Mahatma Brieven blz. 217: gelijk aan de Sahalokadhatu met zijn vele gebieden waarvan er slechts

        drie aan de buitenwereld bekend kunnen worden gemaakt: de Kama-loka, Rūpa-loka, Arūpa-loka.

 

 

* * * * * * *

 

 

Terug menu.   Terug sectiebegin.

 

* * * * * * *

Universele broederschap is de kern van de Theosofische lering.  I  Dhanus 4243