Theosofie - Noordwest

 

Theosofie, de oude wijsheid-religie

                                                                                                                  

Mededogen is geen eigenschap, Het is de WET der WETTEN, eeuwige harmonie, ālaya’s ZELF,

 een oeverloze universele essentie. H.P.Blavatsky in Stem van de Stilte blz. 67

 

Māra,

De essentie van egoïsme, negativiteit, haat en afkeer tegen de Perfecte wijsheid – Prańja Pāramitā.

Er zijn toekomstige Mara's en ook toekomstige Boeddha's. Mother of the Buddha’s. blz 101.

* * * * * * *

Māra is in de exoterische religies een demon, een asura, maar in de esoterische filosofie is hij de verpersoonlijkte verleiding die tot uitdrukking komt in menselijke ondeugden, en de naam betekent letterlijk ‘dat wat’ de ziel ‘doodt’. Hij wordt voorgesteld als een koning (van de Mara’s) met een kroon waarin een edelsteen met zo’n glans schittert dat zij die ernaar kijken erdoor worden verblind. Deze glans verwijst natuurlijk naar de aantrekkingskracht die ondeugd op sommige mensen heeft. Stem van De stem van de Stilte blz.75  ©2000 Theosophical University Press Agency. Den Haag

                                                                                                                                    * * * * * * *

Bij de poort van ‘samenkomst’ staat de koning van de Mara's, de Mahāmāra en probeert de kandidaat door de glans van zijn ‘edelsteen’ te verblinden.                                                                                                              Stem van de Stilte blz.80 ©2000 Theosophical University Press Agency. Den Haag

                                                                                                              * * * * * * *

Māra is de god van duisternis en dood: Inderdaad de dood van elk stoffelijk ding; maar Māra is ook de onbewuste versneller van de geboorte van het geestelijke.                                                                      Geheime Leer 2: 659. en voetnoot 2 ©  1988 Theosophical University Press Agency. Den Haag

                                                  * * * * * * *

 

Uit onwetendheid komt alle kwaad voort. Kennis maakt aan deze opeenhoping van ellende een

einde, en dan verdrijft de mediterende Brahmana de scharen van Māra zoals de zon die de hemel

verlicht.

Meester Koot Hoomi in de Mahatma Brieven blz. 67 ©1979 Theosophical University Press Agency. Den Haag .

* * * * * * *

Vergeet niet dat nirvāna, devachan, kāmaloka en Avïchi allemaal bewustzijnstoestanden zijn en het doet er helemaal niets toe waar dat bewustzijn is, want indien een entiteit in een bepaalde bewustzijnstoestand verkeert, kan de plaats geen enkele invloed op die toestand uitoefenen. Een mens kan in nirvāna zijn hoewel hij leeft op de planeet Māra, die voor ons mensen als een hel is. Een mens die op een van de hogere planeetketens van ons eigen zonnestelsel leeft, kan in een kåmaloka zijn in die keten, of in de Avïchi die hoort bij die specifieke bol van die keten. Iedere keten heeft zijn eigen bollen, iedere bol heeft zijn eigen bewoners, en deze bewoners verkeren in een bepaald evolutiestadium.

G. de Purucker. De Dialogen blz.1056 ©2005 Theosophical University Press Agency. Den Haag .

* * * * * * *

Deze naargeestige planeet is wat in verschillende tijden de planeet van de dood, of de achtste sfeer, of het rijk van Māra, is genoemd. Zie uitvoerige tekst “Planeet van de Dood”

G. de Purucker. De Bron van het Occultisme blz 385.© 1990 Theosophical University Press Agency. Den Haag.

 

 

Het lot van die mensen die verloren zielen zijn geworden, is verschrikkelijk  en bijna niet te beschrijven. Afgezien van de vreselijke innerlijke kwellingen die zij ondergaan, de mentale foltering en de psychische pijn en verschrikking die hen overweldigen, kunnen ze ware menselijke duivels worden die hun medemensen kwaad berokkenen, en die er door hun eigen wanhoop nog plezier in hebben ook.

 

Intussen snellen zijzelf in iedere nieuwe wederbelichaming met toenemende vaart naar omlaag en worden tenslotte naar de afgrond of de planeet van de dood getrokken, en als ze daarin vallen, verdwijnen ze uit het aantrekkingsgebied van de aarde en worden ze niet meer gehoord of

gezien. Omdat ze mislukten zijn, is het hun bestemming om in de afgrond als menselijke resten te worden vernietigd en keer op keer te worden vermalen in dit laboratorium van de natuur.

Elders is verklaard dat de astrale monade, menselijk gesproken, zo gedegenereerd kan worden dat zij tot de lagere rijken wordt aangetrokken.

 

En omdat we zojuist hebben gesteld dat de verloren ziel die noodlottige stroom ingaat die haar naar de afgrond voert, kan men de vraag stellen: wat is het dan dat naar de planeet van de dood gaat als

de astrale monade eerst verdwijnt in lichamen van het dierenrijk, dan in de wereld van de planten, en tenslotte in het mineralenrijk?

Het antwoord ligt in het feit dat een mens uit een groep monaden bestaat, die alle door de eeuwen heen hun eigen pad volgen; als dus een van deze monadische centra een intens karmisch lot ondergaat, dan stijgt dat centrum op of daalt af naar de sfeer waartoe het zich voelt aangetrokken.

 

Verwar de astraal-vitale monade van de mens niet met de menselijke monade. Als we van een verloren ziel spreken, bedoelen we een menselijke ziel, de menselijke monade. Na de dood heeft de astrale monade een eigen bestemming, de menselijke monade heeft haar devachanische

rustperiode, de spirituele monade haar omzwervingen door de sferen, de goddelijke monade treedt de schoot van het goddelijke weer binnen. Wat naar de achtste sfeer of de planeet van de dood gaat,

soms Māra genoemd, is de gedegenereerde verloren menselijke ziel.

 

 

Niet alleen verlaten door haar spirituele deel, maar ook door haar menselijke ziel-gedeelte, gaat de vitaal-astrale ziel het dieren- en plantenrijk binnen. Ze moet dat doen. Ze kan niet opklimmen, omdat de schakel met het hogere is verbroken. Ze is verlaten en drijft als een stuk wrakhout in het astrale licht en zoekt natuurlijk de gebieden die haar het meest aantrekken.

G. de Purucker. De Bron van het Occultisme blz 504-5.© 1990 Theosophical University Press Agency. Den Haag.

 

* * * * * * *

Deze spirituele rebellen raken geleidelijk in elke dimensie van hun wezen los van het Drievoudige juweel van Boeddha, Dharma en Sangha, die bestaat uit Ontwaakte Verlichting, haar leringen en haar beoefenaars. Omdat de gedachten en acties van deze steeds negatievere personen zowel subtiel als openlijk de goedheid van andere wezens verminderen, accumuleren ze geleidelijk aan met hun eigen negatieve energie een bewustzijn fase die de Hel wordt genoemd.

 

Een zelfstandige helse bewustzijn fase wat zichzelf voedt en die onvermijdelijk nog extremere omstandigheden van rebellie genereert - een proces dat zich honderden jaren in een bepaalde bewustzijn stroom kan uitstrekken.

 

En dan, als ze een nog kritischer niveau van negativiteit bereiken, kan dit helse bewustzijn demonische worden, dat duizenden eeuwen voortduurt - een bitter karma dat zich niet alleen over generaties uitstrekt, maar ook door de hele schepping en uiteindelijke ontbinding in het vuur van hele wereldsystemen doorstaan. Zijn subtiele tendenties kunnen zelfs blijven bestaan ​​tot in nieuwe universums, als een giftige stroom van onvoorstelbare woede, haat en pijn.

 

Er zijn toekomstige Mara's en toekomstige Boeddha's.

 

Lex Hixon in Mother of the Buddha’s. blz 101 © 1993 Quest Books. 

The Theosophical Publishing House. Wheaton. Ili. USA.

 

                                                                                                           * * * * * * *

 

Diegenen die tegen jouw onderwijs zijn worden verblind door waanideeën.

Zelfs nadat zij zich wagen naar de top van het cyclische bestaan, komt er opnieuw lijden en blijft het cyclische bestaan ​​behouden. Degenen die je onderwijs volgen-zelfs als zij geen werkelijke meditatieve stabilisatie bereiken -, wenden zij zich af van het cyclische bestaan, Degenen die je onderwijs volgen-zelfs als zij geen werkelijke meditatieve stabilisatie bereiken -, wenden zij zich af van het cyclische bestaan, gadegeslagen met een starend blik van Māra’s ogen.

 

Tsong Kha-Pa in Lamrim Chenmo (The Great Treatise on the Stage of the Path)  Vol.3 page 95
Chapter : Serenity as part of the Path  © Snow Lion Publications Ithaca, New York USA. 
 

Noot 216  De vier Māra's zijn: 1. Psychisch-fysiek lichaam, 2. Kwellingen, 3. Dood,

4. Māra de Devaputra, de belichaming van het kwaad, verschijnt vaak met zijn Leger als een kwade geest in boeddhistische vertellingen.

.

 

      Terug menu.   Terug sectiebegin.

 

 

* * * * * * *

Universele broederschap is de kern van de Theosofische lering.  I  Dhanus 4243