Theosofie - Noordwest

 

Theosofie, de oude wijsheid-religie

                                                                                                           

Mededogen is geen eigenschap, Het is de WET der WETTEN, eeuwige harmonie, ālaya’s ZELF,

 een oeverloze universele essentie. H.P.Blavatsky in Stem van de Stilte blz. 67

 

Dualiteit en Non Dualiteit

 

Omdat de verschijnselen op ons gebied de schepping zijn van het waarnemende ego.

H.P.Blavatsky.

 

De vorm gevingen van zijn eigen subjectiviteit – kunnen alle ‘toestanden van de stof die de

verzameling waargenomen objecten vertegenwoordigen’ voor de kinderen van ons gebied

slechts een relatief bestaan hebben, dat zuiver tot de verschijnselen behoort. Zoals de

aanhangers van het moderne idealisme zouden zeggen, heeft de samenwerking van subject

en object het zintuiglijk waarneembare voorwerp of verschijnsel tot gevolg.

Dit leidt echter niet noodzakelijk tot de conclusie dat hetzelfde geldt voor alle andere

gebieden; dat de samenwerking van die twee op de gebieden van hun zevenvoudige

differentiatie een zevenvoudige verzameling van verschijnselen tot gevolg heeft, die

eveneens geen op zichzelf staand bestaan hebben.

 

Het zijn echter concrete werkelijkheden voor die wezens voor wie ze een deel van hun

ervaring zijn, op dezelfde manier als de rotsen en rivieren om ons heen werkelijkheden zijn

vanuit het standpunt van een natuurkundige, hoewel het voor de metafysicus onwerkelijke

illusies van de zintuigen zijn. Het zou onjuist zijn zoiets te zeggen of zelfs maar te denken.

Vanuit het standpunt van de hoogste metafysica is het gehele Heelal, de goden inbegrepen,

een illusie; maar de illusie van degene die zelf een illusie is, is op ieder gebied van

bewustzijn verschillend.

 

 

H.P.Blavatsky in De Geheime Leer. Deel I blz. 359 - 360 © 1988 Theosophical University Press Agency.AG Den Haag.

 

De mahāyāna-boeddhist beschouwt de begrippen zijn en niet-zijn als een van de grootste hinderpalen voor het verwerkelijken van nirvana en legt de nadruk op het feit dat wanneer nirvanā is bereikt en de ‘ommekeer’ heeft plaatsgevonden, de dan verworven toestand geheel is ontdaan van alle eigenschappen, van alle paren van tegengestelden.

 

Zolang men vasthoudt aan het dualisme, zolang nirvanā verstandelijk wordt opgevat als in essentie tegengesteld aan samsara (de cyclus van geboorte en dood) of als de vernietiging van de wereld van de zintuigen, bestaat er geen werkelijk nirvana. Dit laatste staat buiten en boven alle betrekkelijkheid, verenigt in zich de begrippen zijn en niet-zijn, en gaat deze beide te boven.

 

De Bron van het Occultisme Blz. 676 © 2006 Theosophical University Press Agency  Den Haag

 

Terug menu.   Terug sectiebegin.

 

* * * * * * *

Universele broederschap is de kern van de Theosofische lering.  I  Dhanus 4243